Hard Gaat Ie (125 jaar) richt blik op de toekomst
Auteur: Carl Mureau
Auteur: Carl Mureau
In hun geelblauwe pakken zijn de jonge schaatsers van IJsclub Hard Gaat Ie elke zaterdag prominent aanwezig op de Jaap Eden-baan in Amsterdam. Hun vereniging bestaat al 125 jaar, een feest dat recent werd gevierd in Het Wapen van Landsmeer.
De jonge schaatsers van Hard Gaat Ie trainen op de Jaap Edenbaan. | Foto's HGI
De jeugd heeft de toekomst. Dat geldt ook voor de pupillen en junioren van Hard Gaat Ie. Kijk maar eens wat voor plezier ze hebben, samen op het ijs in Amsterdam. ”We zijn gewoon een gezellige vereniging”, zegt Haijo van der Werf, oud-voorzitter van HGI. “We krijgen ook steeds meer jeugdleden uit de Watergraafsmeer.”
Die Amsterdamse wijk, waar Johan Cruijff het levenslicht zag, grenst aan de Jaap Eden-baan. Hard Gaat Ie is thuis in Landsmeer, een dorp verderop, benoorden Amsterdam. In dat waterrijke gebied werd al eeuwenlang geschaatst. In strenge winters kon je vanuit de hoofdstad via Landsmeer schaatsend verder de provincie Noord-Holland in.
Bij het begin van de 20ste eeuw werd de IJsclub Hard Gaat Ie opgericht, aanvankelijk alleen voor de organisatie van (kortebaan)wedstrijden op natuurijs. Later kwam daar de Waterland Westtoer bij, een schaatstoertocht van 30 kilometer langs Den Ilp en Oostzaan. “Wij hebben als enige ter wereld een kluunplaats die officieel bij de notaris is vastgelegd”, zegt Van der Werf. De draaiboeken voor de toertocht worden nog elk jaar geactualiseerd, helaas komen ze nog maar zelden uit de kast.
Sinds het begin van de jaren 60 beschikt Hard Gaat Ie ook over een eigen landijsbaan, aan het Zuideinde in Landsmeer. Als het een beetje serieus vriest, biedt de ijsclub daar duizenden mensen schaatsplezier. Elke zomer vinden trailrunners er vertier tijdens de Sloot- en Slobrace. Zo blijft de 125 jaar oude ijsclub een rol van betekenis spelen voor de Landsmeerse gemeenschap.
Het oude clubgebouw bij de landijsbaan in Landsmeer is intussen opgeknapt.
Bij de jubilerende vereniging zijn zo’n 750 ‘tientjesleden’ aangesloten, die alleen de schaatsen aantrekken als de natuurijsbaan open is. Daarnaast telt Hard Gaat Ie zo’n 325 actieve schaatsers, van jongste jeugd tot oudste masters, van recreanten tot wedstrijdrijders, die trainen op de Jaap Eden-baan.
De bekendste (oud-)leden van Hard Gaat Ie? Van der Werff lepelt spontaan twee namen op: “Marjan Mager, Nederlands marathonkampioene op kunstijs in 1996, en Arjan Schreuder, die nog altijd het wereldrecord 200 kilometer op natuurijs op zijn naam heeft staan: 5 uur, 11 minuten en 1 seconde, gereden op de Weissensee in het jaar 2000.”
Die informatie blijkt volledig te kloppen. Schreuder, teamgenoot van Rintje Ritsma in de Sanex-ploeg, deed de naam zijn oude club eer aan. Hard ging ie. Van der Werf: “Arjan reed op de 1000 meter ook het laatste wereldrecord op vaste schaatsen.” Dat laatste is niet helemaal correct. Schreuder had in 1993 wel even het Nederlands record op die afstand in handen: 1.13,69. Reden genoeg om als clubgenoot trots op te zijn.
Van der Werf was van 1998 tot 2013 voorzitter van Hard Gaat Ie, en nog altijd is hij nauw betrokken bij de club, die onlangs het 125-jarig bestaan vierde met ruim 200 aanwezige (oud-)leden en genodigden. Op dat feest werd uitgebreid stilgestaan bij de rijke historie van de ijsclub. Maar anno 2025 kijkt de vereniging ook graag vooruit. Nu de winters warmer worden en natuurijs schaarser, heeft Hard Gaat Ie plannen voor een combibaan: een asfalt- of betonbaan waarop je ‘s zomers kunt inlineskaten en in de winter bij lichte vorst al natuurijs kunt realiseren.
De huidige locatie van de landijsbaan komt vast een keer in beeld als woningbouwlocatie, wat kansen biedt om met de gemeente te praten over zo’n combibaan elders in de gemeente. “We proberen ook andere sportverenigingen te enthousiasmeren om samen naar een nieuw complex te gaan. Het is nog pril, maar ook als je 125 jaar oud bent is het goed om met je toekomst bezig te zijn.”
Overhandiging van een historische foto tijdens het jubileumfeest, met links Haijo van der Werf. | Foto Jeroen van Dalen