Inline-skaten Kunstrijden Langebaan / kortebaan Marathon Schoonrijden Shorttrack Schaatsen op natuurijs
‹ terug

Promotie en degradatie

Promotie en degradatie

1. Algemeen

a. Het gewest organiseert al dan niet gezamenlijk, per seizoen ten minste vijf wedstrijden op kunstijs ter bepaling van eventuele promotie naar de nationale     divisies.

b. Deelnemers uit de topdivisies en beloftendivisie die vóór 1 juli voorafgaande aan het seizoen de 39-jarige leeftijd hebben bereikt, kunnen overstappen naar de mastersdivisie.

c. De kandidaat-deelnemers voor de topdivisies en beloftendivisie moeten vóór 1 juli voorafgaand aan het schaatsseizoen de leeftijd van 17 jaar hebben bereikt. Voor wie die leeftijd nog niet heeft bereikt, kan dispensatie worden verleend door de competitieleider.

d. Vóór 1 juli voorafgaand aan het schaatsseizoen moet een marathonmerkenteam een teamlicentieaanvraag bij de KNSB indienen. Uiterlijk 1 augustus voorafgaand aan het schaatsseizoen beslist de competitieleider of de teamlicentie wordt verstrekt, c.q. het marathonmerkenteam wordt toegelaten tot de topdivisie.

e. Gelijktijdig met het indienen van de teamlicentieaanvraag dienen de namen van de rijders, de ploegleider, de ploegenvertegenwoordiger en de verzorger te worden opgegeven. De voorwaarden waaraan een team moet voldoen, zijn geregeld in de Collectieve Samenwerkings Overeenkomst Marathon (CSOM).

2. Topdivisie heren

a. In de topdivisie heren worden maximaal 99 rijders in teams toegelaten. Deze teams hebben minimaal drie en maximaal zes rijders onder contract. Ieder team kan ten hoogste zes rijders opstellen in de wedstrijden. Een rijder voor het team dat uitkomt in de topdivisie heren kan alleen opgesteld worden in de beloftendivisie heren, indien de rijder toestemming heeft van de competitieleider om in de beloftendivisie deel te nemen.

b. Binnen een samenwerkingsverband waar een topdivisieteam onder valt, mag een tweede team als opleidingsteam in de topdivisie worden ingeschreven met een minimum van twee en maximum van drie rijders. Deze opleidingsploeg bevat alleen rijders die behoren tot de categorie junioren A en neo-senioren en mag slechts rijders bevatten die maximaal twee voorgaande jaren in de topdivisie zijn uitgekomen met een vast beennummer.

c. Topdivisieteams kunnen een opleidingsteam in de beloftendivisie sponsoren of steunen. Het opleidingsteam in de beloftendivisie moet voor 15 oktober bij de KNSB bekend zijn. Het topdivisieteam mag ten hoogste één wisselrijder uit het opleidingsteam uit de beloftendivisie opstellen in (inter)nationale wedstrijden ter vervanging van een topdivisierijder. De wisselrijder start in de topdivisie in hetzelfde pak als het betreffende marathonteam met zijn eigen wedstrijdnummer.

3. Topdivisie dames

a. In de topdivisie dames worden maximaal 99 rijdsters in teams van 4 rijdsters toegelaten.

b. De nummers 1 t/m 50 van de marathonranking, plaatsen zich automatisch vóór het volgende seizoen voor dezelfde divisie. Niet-geplaatste rijdsters degraderen naar de gewestelijke competitie. Verzoeken tot dispensatie dienen uiterlijk 31 maart bij het gewest en de competitieleider te worden ingediend.

c. Op basis van de resultaten van de onder lid 1a bedoelde wedstrijden kunnen de GTC’s kandidaten voordragen voor opname in de topdivisie dames. De GTC’s moeten daartoe de kandidaten uiterlijk 15 april opgeven bij de competitieleider.

d. Op basis van de resultaten bij langebaanwedstrijden kan dispensatie worden verleend door de competitieleider. Deze rijders dienen in minimaal een van de afgelopen twee seizoenen en/of het lopende seizoen sneller dan 2.05.00 op de 1500 meter of 4.28.00 op de 3000 meter, of 7.32.00 op de 5000 meter te hebben gereden.

e. De nog beschikbare plaatsen in de topdivisie dames worden door de competitieleider toegewezen.

f. In de topdivisie dames is het mogelijk ten hoogste 1 regiorijdster op te stellen als wisselrijdster ter vervanging van een dame uit het uiterlijk 1 juli bij de KNSB aangemelde marathonteam. Voor 15 oktober moet de regiorijdster worden aangemeld bij de KNSB. De regiorijdster start in de (inter)nationale competitie in hetzelfde pak als het betreffende marathonteam met haar eigen regionale wedstrijdnummer.

4. Beloftendivisie heren

a. In de beloftendivisie heren worden maximaal 99 rijders toegelaten. In de beloftendivisie kunnen individuele rijders en teams van minimaal 3 en maximaal vier rijders deelnemen.

b. De nummers 1 t/m 50 van de marathonranking van de beloftendivisie heren plaatsen zich automatisch vóór het volgende seizoen. Niet-geplaatste rijders degraderen. Verzoeken tot dispensatie dienen uiterlijk 31 maart bij het gewest en de competitieleider te worden ingediend.

c. Op basis van de resultaten van de onder lid 1a bedoelde wedstrijden kunnen de GTC’s kandidaten voordragen voor opname in de beloftendivisie. De GTC’s moeten daartoe de kandidaten uiterlijk 15 april opgeven bij de competitieleider.

d. Op basis van de resultaten bij langebaanwedstrijden kan dispensatie worden verleend door de competitieleider. Deze rijders dienen in minimaal een van de afgelopen twee seizoenen en/of het lopende seizoen sneller dan 1.55.00 op de 1500 meter of 6.55.00 op de 5000 meter te hebben gereden.

e. Rijders uit het vorige seizoen die niet meer zijn opgenomen in een marathonmerkenteam in de topdivisie, krijgen automatisch de mogelijkheid tot plaatsing in de beloftendivisie.

f. De competitieleider kan ongeveer 10 rijders aanwijzen op grond van bijzondere prestaties in andere disciplines van sport.

g. De nog beschikbare plaatsen in de beloftendivisie worden door de competitieleider toegewezen.

Heb je gevonden wat je zocht?