Waarom beginnen of stoppen sporters met schaatsen en inlineskaten? En wat zijn de belangrijkste redenen mee te doen of juist te stoppen met wedstrijden? Om deze vragen te beantwoorden voert de KNSB in- en uitstroomonderzoeken uit onder nieuwe en gestopte leden en wedstrijdsporters. Met de antwoorden kan zowel de KNSB samen met haar verenigingen aan de slag om het schaatsen en inlineskaten nog aantrekkelijker te maken voor bestaande en potentiële nieuwe leden.
Sinds 2022 nodigt de KNSB een paar keer per jaar onze sporters uit om een korte online vragenlijst in te vullen. Dat doen we onder nieuwe leden, gestopte leden, nieuwe wedstrijdsporters die voor het eerst een wedstrijdlicentie hebben gekocht en wedstrijdsporters die hun licentie niet hebben verlengd. Om de respons zo hoog mogelijk te houden, houden we de vragenlijst kort en bondig. De gegevens uit deze onderzoeken gebruiken we voor analyses die helpen bij het onderbouwen van beleidskeuzes. Ook kunnen ze waardevolle input geven bij ondersteuningsvragen vanuit verenigingen of andere betrokkenen uit onze achterban.
De KNSB zet zich in om zoveel mogelijk mensen een leven lang te laten genieten van schaatsen en inlineskaten. Inzicht in waarom iemand lid wordt, blijft sporten of juist stopt, helpt om huidige sporters beter te behouden en nieuwe sporters beter te bereiken. Het in- en uitstroomonderzoek van de KNSB maakt deze inzichten concreter met feiten en cijfers. Zo krijgen we beter zicht op wat sporters nodig hebben en maken we samen de stap van onderbuik naar onderbouwd.
Heb je vragen over de resultaten of wil je meer weten over de in- en uitstroomonderzoeken? Neem dan contact met Lars van Golstein [email protected]
Het instroomonderzoek onder nieuwe leden (N = 6.797) laat zien dat sporters vooral lid worden van een schaats- of skatevereniging om sportief beter te worden en deskundige begeleiding te krijgen. Begeleiding door trainers (56,6%) en de wens om zichzelf te verbeteren als schaatser of skater (50,3%) worden het vaakst genoemd. Daarnaast spelen sociale motieven een belangrijke rol: ruim een derde van de nieuwe leden noemt gezelligheid en sociale contacten (36,1%) als belangrijke reden om zich aan te sluiten bij een vereniging. Ook de behoefte aan structuur en regelmaat in het sporten (34,5%) draagt bij aan de keuze voor het verenigingsleven.
De interesse om te beginnen met schaatsen en inlineskaten ontstaat vooral vanuit plezier in de sport (70,8%), gezondheid (51,8%) en het leren van nieuwe vaardigheden (45,1%). Opvallend is verder dat bijna de helft van de nieuwe leden via vrienden, familie of collega's (49,0%) in aanraking komt met een vereniging.
Voor verenigingen bieden deze resultaten duidelijke aanknopingspunten: investeer in kwalitatief goede trainers, creëer een omgeving waar sporters zich thuis voelen en benut de rol van enthousiaste leden als ambassadeurs om nieuwe sporters kennis te laten maken met de vereniging.
Uit het uitstroomonderzoek onder gestopte leden (N = 2.092) blijkt dat de meeste sporters hun lidmaatschap beëindigen door veranderingen in hun persoonlijke situatie of interesses, en minder vaak vanwege de vereniging zelf. De meest genoemde reden is dat men liever andere hobby’s of sporten gaat beoefenen (29,1%), gevolgd door een gebrek aan tijd door werk, studie of gezin (19,9%). Ook gezondheidsproblemen, blessures (11,0%) en de afstand of reistijd naar de sportaccommodatie (10,3%) spelen een belangrijke rol. Redenen die direct verband houden met de vereniging, zoals onvoldoende aansluiting met andere leden (7,5%), ontevredenheid over trainers of begeleiders (5,3%) of de verenigingssfeer (4,3%), worden aanzienlijk minder vaak genoemd.
Opvallend is dat veel sporters al langere tijd lid waren voordat zij stopten. De grootste groep was tussen de twee en vijf jaar lid (34,0%), terwijl bijna een derde (31%) zelfs langer dan vijf jaar lid is geweest bij de vereniging.
Daarnaast blijkt dat stoppen bij een vereniging niet betekent dat sporters de sport volledig verlaten: slechts 14,5% stopt helemaal met schaatsen of inlineskaten, terwijl een groot deel de sport op een andere manier blijft beoefenen, bijvoorbeeld recreatief of bij een andere vereniging
Het instroomonderzoek onder sporters die voor het eerst een wedstrijdlicentie hebben aangevraagd (N = 1.972) laat zien dat plezier veruit de belangrijkste drijfveer is om aan wedstrijden mee te doen. Ruim zeven op de tien sporters (70,5%) geven aan dat zij wedstrijden vooral zien als een leuke activiteit binnen hun sport. Daarnaast spelen persoonlijke ontwikkeling en uitdaging een belangrijke rol. Sporters willen zichzelf uitdagen en tot het uiterste gaan (43,0%), een duidelijk doel hebben om naartoe te trainen (35,5%) en meer inzicht krijgen in hun prestaties (25,1%). Ook de spanning en energie van een wedstrijd (24,6%) vormen voor veel sporters een belangrijke motivatie.
Naast deze persoonlijke motieven blijken de sociale omgeving en voorbeeldfiguren van grote invloed. Ouders (33,9%), het eigen trainingsgroepje of team (30,5%) en trainers (27,6%) worden het vaakst genoemd als inspiratiebron om deel te nemen aan wedstrijden. Ook vrienden en vriendinnen spelen hierbij een belangrijke rol (18,8%). De meeste nieuwe wedstrijdsporters kiezen voor het langebaanschaatsen (69,0%), gevolgd door marathon (21,0%), inlineskaten (15,5%), kunstrijden (15,3%) en shorttrack (6,5%).
Voor verenigingen laten deze resultaten zien dat wedstrijddeelname vooral aantrekkelijk wordt wanneer sporters plezier ervaren, persoonlijke vooruitgang kunnen meten en worden gestimuleerd door hun omgeving. Biedt een aantrekkelijk wedstrijdaanbod aan voor alle verschillende leeftijden en niveaus. Door trainers, ouders en trainingsgroepen actief te betrekken en sporters laagdrempelig kennis te laten maken met wedstrijden, kunnen verenigingen meer leden enthousiast maken voor de wedstrijdsport.
Uit het uitstroomonderzoek onder sporters die hun wedstrijdlicentie niet verlengen (N = 964) blijkt dat de belangrijkste redenen vooral liggen in veranderingen in persoonlijke omstandigheden en motivatie. Tijdsgebrek door werk, studie of gezin wordt het vaakst genoemd (32,3%), gevolgd door het ontbreken van plezier in wedstrijden (23,3%). Ook gezondheidsproblemen of blessures (19,5%) spelen voor veel sporters een rol. Daarnaast geeft een deel van de sporters aan dat zij wedstrijden niet langer leuk vinden (11,4%) of geen verdere verbetering meer bij zichzelf zien (11,0%).
Opvallend is dat veel sporters al geruime tijd actief waren in de wedstrijdsport voordat zij stopten. Meer dan de helft had hun wedstrijdlicentie al langer dan vijf jaar (47,4%) en ruim een kwart zelfs tien jaar of langer (26,2%). 25,8% van de wedstrijdsporters heeft minder dan 2 jaar een wedstrijdlicentie gehad. Dit laat zien dat uitstroom niet alleen plaatsvindt onder beginnende wedstrijdsporters, maar juist ook onder sporters met veel ervaring.
Factoren zoals de kosten van wedstrijden (7,1%), de sfeer tijdens wedstrijden (1,9%), de organisatie van wedstrijden (1,7%) of het uitdagende karakter van wedstrijden (0,6%) worden relatief weinig genoemd als reden om te stoppen. Dit suggereert dat de wedstrijdsport zelf doorgaans positief wordt gewaardeerd, maar dat veranderingen in het leven van sporters en afnemende motivatie uiteindelijk de doorslag geven.