Advies bij extreme weersomstandigheden

Sporten in winter én zomer vraagt om bewuste keuzes rondom veiligheid. Gladheid, storm, sneeuw, extreme hitte of onweer kunnen zorgen voor risico’s voor sporters, vrijwilligers en publiek. Om onze verenigingen te ondersteunen, biedt de KNSB hieronder een uniforme werkwijze gebaseerd op KNMI‑waarschuwingen, aangevuld met specifieke adviezen voor hitte, onweer, kou en extreme neerslag. Deze werkwijze bevordert niet alleen de veiligheid van de betrokkenen, maar is ook vanuit de (dekking van de) verzekering van belang.

Voor (baan)verenigingen en wedstrijdorganisaties

Veiligheid voorop

Sporten in winter én zomer vraagt om bewuste keuzes rondom veiligheid. Gladheid, sneeuw, storm, zware regen, extreme hitte, kou of onweer kunnen risico’s opleveren voor sporters, vrijwilligers, officials en publiek.

Daarom is het belangrijk dat verenigingen en organisatoren vooraf nadenken over de vraag: kan de activiteit veilig doorgaan, moet deze worden aangepast, of is afgelasten verstandiger?

Maak altijd een eigen afweging

Gebruik de KNMI-waarschuwingen als belangrijke basis, maar kijk altijd ook naar:

  • de lokale omstandigheden;
  • de aard en intensiteit van de activiteit;
  • de doelgroep (bijvoorbeeld jeugd of ouderen);
  • de locatie en bereikbaarheid;
  • de veiligheid van sporters, vrijwilligers en publiek.

Bij twijfel geldt: pas de activiteit aan of gelast deze af.

Daarnaast is er voor KNSB-wedstrijden het volgende weer- en afgelastingenprotocol.

Aanpassen in plaats van afgelasten

  • eerder of later te starten;
  • de activiteit in te korten;
  • de intensiteit te verlagen;
  • extra pauzes in te lassen;
  • extra toezicht of voorzieningen te regelen;
  • deelnemers vooraf extra te informeren.

Regionale beoordeling blijft nodig

Weer kan per regio sterk verschillen. Daarom is lokaal maatwerk essentieel — landelijke afgelasting is niet altijd wenselijk.

Wie beslist?

  • De organisator is eindverantwoordelijk.
  • De baancommissie en het juryteam of de scheidsrechter beoordelen de actuele omstandigheden.
  • Bij landelijke KNSB-wedstrijden geldt het volgende weer- en afgelastingenprotocol.

Waarom duidelijke afspraken nodig zijn

  • Voorkomt verwarring en verkeerde verwachtingen.
  • Noodzakelijk voor verzekering en aansprakelijkheid: clubs moeten kunnen aantonen dat passende maatregelen zijn genomen.

Communicatie bij afgelastingen

  • Gebruik vaste kanalen: website, social media, nieuwsbrief en sport‑apps.
  • Communiceer zo snel mogelijk na KNMI‑waarschuwingen.
  • Code oranje → bij voorkeur berichtgeving ± 24 uur vooraf
  • Code rood → bij voorkeur berichtgeving ± 12 uur vooraf

Onderstaande adviezen gelden voor álle trainingen, wedstrijden en activiteiten bij de volgende afgegeven code door het KNMI.

🟢 Code groen

Activiteiten kunnen doorgaan.

🟡 Code geel — Wees alert

Winter: Kans op gladheid, minder zicht, windstoten of sneeuwval.
Zomer: Hogere temperaturen, kans op eerste hitteklachten.

  • Activiteiten kunnen meestal doorgaan.
  • Houd extra toezicht op ijscondities, zichtbaarheid, wind, temperatuur of vochtigheid.
  • Informeer deelnemers over mogelijke risico’s.

🟠 Code oranje — verhoogd risico

Winter: hevige sneeuwval, ijzel, zware wind.
Zomer: zware hitte, zeer hoge luchtvochtigheid, onweersdreiging of storm.

Advies KNSB

  • Overweeg activiteiten aan te passen, uit te stellen of af te gelasten.
  • Maak een zorgvuldige afweging en communiceer tijdig.
  • Training: de organisator neemt de formele beslissing;
  • Wedstrijd: de organisator en de (hoofd)scheidsrechter nemen de definitieve beslissing; voor landelijke wedstrijden geldt dit protocol.

🟥 Code rood — Weeralarm

Winter: extreem gevaar door storm, ijzel, sneeuwstorm,
Zomer: extreem gevaar door storm, hitte of zware onweersbuien.

  • Alle activiteiten worden altijd afgelast / gaan niet door.
  • Accommodaties sluiten; deelnemers gaan schuilen.
  • Reizen wordt afgeraden: alleen bij noodzaak de weg op.
  • Training: de organisator neemt de formele beslissing;
  • Wedstrijd: de organisator en de (hoofd)scheidsrechter nemen samen de formele beslissing; voor landelijke wedstrijden geldt dit protocol.

Sporten bij warmte kan leiden tot oververhitting, vooral als de luchtvochtigheid hoog is. Dan kan het lichaam warmte minder goed kwijt.

Let extra op bij:

  • intensieve inspanning;
  • jonge of juist oudere deelnemers;
  • grote groepen of evenementen.

Maatregelen kunnen zijn:

  • meer pauzes en drinkmomenten;
  • extra water en schaduw;
  • aanpassen van tijdstip of duur.

Gebruik bij je besluitvorming:

Door deze informatie te combineren, bepaal je het risico en of een training of wedstrijd verantwoord is.

Twijfel je?

Neem bij grotere activiteiten contact op met de GGD voor advies over aanvullende maatregelen.

Bij onweersdreiging kan de situatie snel onveilig worden, zeker bij buitenactiviteiten.

Advies:

  • Onderbreek de activiteit bij dreigend onweer.
  • Breng deelnemers, vrijwilligers en publiek in veiligheid.
  • Volg actuele waarschuwingen en hervat alleen als dit verantwoord is.

Als vuistregel geldt dat bij minder dan circa 10 seconden tussen bliksem en donder het onweer dichtbij is en direct handelen nodig is.

Gebruik de bovenstaande KNMI weercodes om te bepalen of een training of wedstrijd afgelast moet worden.

Bij extreme koude neemt het risico op onderkoeling, bevriezingsverschijnselen en materiaalproblemen toe.

Bij –20 °C of kouder (lucht- of gevoelstemperatuur), gemeten op 1,5 meter hoogte, wordt altijd overleg gepleegd. Afhankelijk van de lokale omstandigheden kan worden besloten tot: verkorten van de wedstrijd, uitstellen van het starttijdstip of afgelasten van de wedstrijd.

Extra aandachtspunten bij zeer lage temperaturen:

  • Verhoogd risico op bevriezing van gezicht, vingers, tenen;
  • Wind kan de gevoelstemperatuur sterk verlagen;
  • De wedstrijdorganisator is verplicht de deelnemers informatie te verstrekken over extra kleding en bescherming.

Ook schaatstoertochten gaan niet door bij extreme weersomstandigheden: o.a. sneeuwstorm of zware sneeuwval, dichte of zeer dichte mist en windchill (gevoelstemperatuur bij vorst en harde wind; -/- 20°C of lager).