Het succes van de IJskonijncup in Haarlem werkt aanstekelijk

Donderdag 27 maart 2025

Auteur: Sjors Leek

Wedstrijden

De KNSB werkt samen met schaats- en skateverenigingen aan het sportaanbod. Hoe maken we onze (wedstrijd)sport toegankelijker en aantrekkelijker? In een serie praktijkvoorbeelden vandaag deel 3: de IJskonijncup in Haarlem, al vele jaren een trekpleister voor jonge schaatsers.

IJskonijncup Haarlemimg_2479

Onderdeel van de competitie is een tegendraadse wedstrijd over 300 meter, rechtsom door de bocht..

Voor de Baanvereniging Haarlem, de overkoepelende organisatie voor de Haarlemse schaatsverenigingen, is de IJskonijncup een bekend begrip. De jeugdcompetitie bestaat al sinds 2008 en biedt bijna wekelijks een wedstrijd voor de jongste schaatsers tot en met 12 jaar. Het organisatiecomité is een hecht team, geeft trouw lid Tjitske Kikstra aan. Ondanks haar jonge leeftijd barst de 22-jarige vrijwilliger van de ervaring. Al twaalf jaar loopt zij mee als jurylid en coördinator.

“Ik kan niet zo goed stilzitten, dus toen ik een enkelblessure kreeg, wilde ik alsnog wat doen bij de wedstrijden en tegelijkertijd mijn vrienden kunnen supporten”, vertelt ze enthousiast. “Toen ben ik heel geleidelijk opgenomen door het team en daarna nooit meer weggegaan. Samen hebben we het super gezellig.” Ze is ook nog actief schaatser bij IJsclub Haarlem en trainer bij de Ter Aarse IJsclub. “Zo train ik niet op de uren dat ik les hoef te geven.”

Samen met het team organiseert ze de IJskonijncup, een beproefd recept om vanuit de ijsbaan het wedstrijdschaatsen te stimuleren. Hierbij gaan de reguliere afstanden regelmatig hand in hand met een ‘fun’-element, een mass start of een minimarathon. Over het hele seizoen wordt een regelmatigheidsklassement bijgehouden, waarbij niet bij voorbaat de snelste wint. Hetzelfde concept wordt, vanwege gebleken succes bij de jeugd, ook toegepast bij de oudere categorieën.

Strategisch inschrijven

“Zelf ben ik een van de langzaamste rijders, maar ik stond wel vorig jaar op het podium omdat ik er elke wedstrijd was”, legt Kikstra het principe uit, waarbij een rijder al punten krijgt door simpelweg aan de start te verschijnen. “Daarnaast kun je ook strategisch inschrijven. Aangezien ik van korte afstanden hou en de rest van lang, reed ik vaak als enige een 500 meter en kreeg ik de volledige punten. De snellere rijders reden allemaal een 3000 meter, dus zij verdeelden de punten.” Om de ‘gewone’ afstanden niet onder te laten sneeuwen, krijgen die een zwaardere weging dan de niet-traditionele onderdelen.

De laagdrempelige opzet van de wedstrijden werkt, constateert Kikstra. “Aan het begin van het seizoen hebben wij een introductiewedstrijd. Dan hebben de kinderen op vier plekken langs de baan uitleg over de marathon, de start, de wedstrijdregels en er is een oefenmogelijkheid voor de start. Na een uur begint de echte wedstrijd pas. Tegelijkertijd lichten we binnen in het café de ouders voor over de wedstrijdregels en de jurytaken.”

Dankzij de aanpak in Haarlem staan de ouders en pupillen vaak ontspannen langs de baan, geeft Kikstra aan, al is er natuurlijk wel eens wat hectiek als er nieuwe onderdelen op het programma staan. Ook de trainer van IJsclub Alkemade, sinds twee jaar overgestapt van de baan in Den Haag, roemt de gemoedelijke sfeer rond de jeugdwedstrijden. “Iedereen gaat er hier wat losser mee om. Tegelijkertijd zijn er ook gewoon regels en houden ze zich doorgaans heel netjes aan het tijdschema. Dat is natuurlijk erg prettig.”

IJskonijncup Haarlem 2024

Prijsuitreiking bij de editie 2024.

Via een website en sociale media worden de rijders op de hoogte gehouden van de aankomende wedstrijden. Over de hoeveelheid deelnemers hebben ze in Haarlem niet te klagen. Waar voorheen veel wedstrijden ook opengesteld werden voor rijders van andere banen, is dat nu vaak niet mogelijk, omdat de interesse vanuit de eigen verenigingen groot is.

Een van de experimentele wedstrijdvormen stond in november al op het programma. Na een reguliere 300 meter was het tijd voor de 300 meter in reverse. Oftewel: tegen de richting in schaatsen. De pupillen starten op de plek waar normaal gesproken de 500 meter start en rijden tegengesteld, met een wissel, naar de reguliere finish. “Elk jaar is het weer een totale mindfuck”, roept een jongen als hij van het ijs afstapt. Tijdens de trainingsuren is er op geoefend, toch gaat de jeugd onwennig door de bochten, steppend en glijdend met soms een goedbedoelde poging tot ‘pootje over’.

Oudere categorieën

Het succes van de IJskonijncup heeft intussen ook de oudere categorieën aangestoken. Zij passen het concept met alternatieve en creatieve wedstrijdvormen langzaam maar zeker ook toe. Waarom het model van de IJskonijncup niet op andere banen wordt overgenomen? Kikstra weet het niet, maar bevestigt wel de interesse vanuit de regio. Elders zien ze ook dat de wedstrijden aanstekelijk werken voor alle leeftijden en dat zelfs nieuwe masters zich inschrijven voor de competitie.

“In eerste instantie was er bij de clubs veel weerstand tegen de nieuwe opzet voor de senioren”, vertelt Kikstra. “Toen hebben we het een jaar geprobeerd met de gedachte dat we altijd nog terug konden. Nu doen we het alweer vijf jaar.” De eventuele extra administratie die bij de nieuwe wedstrijdvormen komt kijken, wordt opgevangen door het ervaren team van de IJskonijncup. Dankzij draaiboeken en Excel-formules is het grootste werk gedaan en is het intussen een kwestie van kopiëren en plakken, stelt ze.

Zo volgt op dezelfde avond als de tegendraadse wedstrijd over 300 meter voor de jeugd de tweede dag van het Oliebollentoernooi, een vierkamp over 500, 1000, 1500 en 3000 meter. Naast de eer en de klassementspunten is er nog een extra prijs te winnen: een zak met versgebakken oliebollen van de lokale bakker.

Meer informatie vind je op deze website.

Organiseert jouw vereniging ook een gave wedstrijd, op het ijs of asfalt, en wil je dat delen met schaatsers/inlineskaters van andere clubs? Laat het ons weten via [email protected]! Grote kans dat we langskomen om daarvan een verhaal te maken.