Opleiding volgen bij de KNSB? ‘Iedereen kan van waarde zijn!’
Auteur: Carl Mureau
Auteur: Carl Mureau
Een recordaantal trainers en officials behaalde in het seizoen 2024-25 een diploma bij KNSB-Opleidingen. Onder de 384 geslaagden ook enkele (ex-)toppers uit het schaatsen en inlineskaten. Wat vonden Wieteke Cramer, Lindsay van Zundert, Jelmar Hempenius van hun opleiding bij de KNSB? “Je wordt er altijd wijzer van!”
Foto Lindsay van Zundert | Foto ISU
Lindsay van Zundert (20) deed als kunstschaatsster mee aan de Olympische Spelen van 2022. Zij geeft training bij JollyIceSports in Breda en organiseert een eigen zomerkamp via Visionice. Lindsay slaagde voor de opleiding TC2, ofwel trainer-coach niveau 2, in het kunstschaatsen.
Lindsay: “Ik ben vorig jaar gestopt als schaatsster, maar wil graag iets betekenen voor de volgende generatie. Ik vind het leuk om les te geven, dus waarom zou ik het niet doen? Het is niet zo dat wanneer je verstand van schaatsen hebt, omdat je het zelf hebt gedaan, ook meteen een goede trainer bent. Daar komt echt meer bij kijken en een opleiding helpt je daarbij, daar word je altijd wijzer van! Ik geef nu les in Breda en organiseer mijn eigen zomerkamp, dus ik vermaak me wel. Het is vooral hartstikke leuk om bij jonge schaatsers hun vooruitgang te zien.
“Het leuke aan de TC2-opleiding, was dat het heel gevarieerd was. Je leert niet alleen over schaatsen, maar krijgt ook EHBO en gaat dieper in op het gedrag van kinderen. Hoe ga je om met jongeren, pubers? Hoe ga je met hen in gesprek, hoe bouw je een band op? Dat kwam allemaal voor in een e-learning, waar ik oprecht heel veel van geleerd heb. De opleiding bevatte veel thuisstudie, maar we hadden ook praktijklessen. Daar zie je ook andere trainer-coaches. Je ontmoet elkaar, kunt ervaringen uitwisselen en vragen stellen. Dat was leuk en leerzaam. Ik ben blij dat ik deze opleiding heb gevolgd en ga de TC3 er achteraan plakken. Je wordt er altijd wijzer van!”
***
Durk Fabriek | Foto Vincent Riemersma
Durk Fabriek (39), ex-marathontopper, won in 2012 de Henk Angenent Classic op natuurijs. Hij werkt nu als fysiotherapeut (o.a. bij Team Albert Heijn Zaanlander) en is secretaris van de GTC marathon in het KNSB Gewest Fryslân. Durk slaagde voor de basisjuryopleiding marathon.
Durk: “Bij de GTC houd ik me onder meer bezig met de doorstroming van regionale rijders naar de landelijke beloftendivisie. Ik ben dus bij veel baanwedstrijden en dan zie je ook het jurykorps in actie. Het leek me goed om je ook eens in hun werk te verdiepen. Want je hebt elkaar nodig, maar er is niet altijd begrip voor elkaar. Als rijder stond ik jaren aan de andere kant, nu kom ik als toeschouwer. Als er wat gebeurt tijdens de wedstrijd, sta je soms te mopperen op de scheidsrechter. Daarom is het goed om het ook eens van de andere kant te bekijken.
“Deze basisopleiding is betaalbaar en is ook qua tijd goed te doen, want je kunt veel thuis werken en hebt twee meetings met medecursisten. Dat is wat anders dan twaalf keer op een neer naar Utrecht te moeten. Ik ben blij dat ik de opleiding heb gevolgd, het was leuk een leerzaam.
“Mijn achtergrond is dat ik zelf marathons gereden heb, maar er nemen ook ouders aan de opleiding deel die de sport nog niet zo goed kennen. Die willen op hun manier iets voor het schaatsen betekenen. Het is heel nuttig om bij elkaar te zitten, juist ook met mensen die niet uit onze sport komen. Die vragen oprecht: waarom doen jullie dit eigenlijk zo? Tja, omdat we het altijd zo gedaan hebben... Het helpt je om eens met een frisse blik naar het schaatsen te kijken.
“In de opleiding leer je van anderen, begrijpt ook beter waarom iemand reageert zoals hij doet. Het is goed om een wedstrijd van alle kanten te bekijken. Je krijgt leert ook dat de taakverdeling tussen een hoofdscheidsrechter en baancommissarissen enorm belangrijk is. Als rijder kom je een scheidsrechter pas tegen als er een straf wordt uitgedeeld, als er problemen zijn. Dan heb je met de hoofdscheidsrechter te maken, maar een heel team doet het jurywerk, die moeten op elkaar kunnen vertrouwen. Als een baancommissaris een overtreding heeft gezien, is het belangrijk dat de hoofdscheidsrechter pal achter hem staat. Ik vond het nuttig om dat spel beter te doorgronden.
“Of ik zelf de ambitie heb om tot het jurykorps toe te treden? Ik sta nu op de lijst voor Thialf, maar daar hebben ze de bezetting zo goed voor elkaar dat ik zelden nodig ben. Als ik iets op dit vlak wil doen, dan zal het bij regionale baanmarathons zijn.
“De opleiding kan ik iedereen aanbevelen. Zoals ik zei: het is goed te doen en je steekt er echt wat van op. Of je nu ouder bent, of vaste toeschouwer, iedereen kan wel wat doen om schaatswedstrijden mogelijk te maken. Er waren ook ICT’ers bij die niks met de sport hebben, maar die van de transpondertijden wel uitslagen kunnen fabriceren. Die kun je prima inzetten als systeembeheerder, want die mensen heb je ook nodig. Iedereen kan het doen, iedereen kan van waarde zijn!”
***
Wieteke Cramer | Foto Vincent Riemersma
Wieteke Cramer (44) is voormalig topschaatsster, die succesvol was op langebaan en marathon. Zij werkt reeds als (assistent-)trainer bij het KNSB Gewest Fryslân en slaagde voor de opleiding TC-3, wat staat voor trainer-coach niveau 3, langebaan & inlneskaten.
Wieteke: “De tijden zijn veranderd, opleidingen ook. Ik ben de TC-3 gaan volgen om mijn kennis te verbreden. Heel waardevol in de opleiding is dat je uitgebreid stilstaat bij de manier waarop we nu met jeugd omgaan. In mijn tijd was het: de trainer zegt, de rijder doet. Nu wordt veel meer overlegd, als trainer ga je met je rijders in gesprek. In de opleiding leer je vragen stellen aan de jeugd, zodat je rijders zelf nadenken waarom ze dingen doen. Bijvoorbeeld: waarom zet je dat linkerbeen zo neer, waarom snij je de bocht zo in?
“Ik ben assistent-trainer bij de B-junioren van het Gewest Fryslân, waar Tim de Boon trainer-coach is. Tijdens de opleiding deed ik ook de coaching tijdens een wedstrijd. Komt er een rijder naar mij toe, die vraagt: ik welke rit moet ik het ijs op? Ik zeg: rit 6. Tim zegt: wat denk je zelf, hoeveel tijd heb je nodig om in te rijden? Dat soort vragen was ik niet gewend te stellen, maar zo kom je wel tot een echt gesprek met je rijders.
“Hiernaast ben ik trainer bij het Instroom Talent Centrum in Friesland. Dat bevalt me prima. Uiteindelijk wil ik wel verder als trainer, al heb ik nu nog niet de ambitie om hoofdtrainer te worden. Het valt nu goed te combineren met mijn werk en mijn gezin met drie jongens. Maar het volgen van de TC4-opleiding staat zeker op mijn lijstje. Ik kan het andere trainer-coaches zeker aanraden om een KNSB-opleiding te volgen. Het vormt je als trainer en voegt zeker iets toe aan de kennis die je al hebt.”
***
Jelmar Hempenius | Foto Neeke Smit
Jelmar Hempenius (25) is meervoudig Nederlands kampioen inlineskaten. Rijdt nog altijd op het hoogste niveau, maar kampte dit seizoen met blessureleed. Jelmar geeft schaatsles bij de Sven Kramer Academy (SKA). Hij volgde met succes de opleiding instructeur niveau 2, inlineskaten & langebaan.
Jelmar: “Ik ben deze opleiding gaan doen, omdat ik afgelopen winter voor het eerst lesgaf bij de Sven Kramer Academy op Thialf. Ik werk vooral met jeugd, maar heb ook groepen met volwassenen, krijg dus een divers aanbod schaatsers voor mijn neus. Vanuit mijn eigen achtergrond in het skeeleren en van wat ik heb opgestoken van trainers met wie ik heb gewerkt, had ik al een eigen visie en stijl van lesgeven ontwikkeld. Ik wilde vooral leren om mijn aanpak nog beter te kunnen afstemmen op mijn doelgroep. Dat is heel waardevol gebleken.
“Wat mijn eigen stijl inhoudt? Ik denk dat ik kwaliteit hoog in het vaandel heb staan. Dat verlang ik niet alleen van mezelf, maar ook van de mensen in mijn groep: ik wil dat thema’s of oefeningen met kwaliteit worden uitgevoerd. Ik ben best veeleisend, maar kan ook een toontje lager zingen als dat nodig is. Met een kind van acht ga je anders om dan met een topsporter van twintig. Ik stem mijn aanpak graag af op wie er voor mij staat. Ik wil op dezelfde frequentie komen als degenen aan wie ik lesgeef, zodat rijders zich gehoord en gezien voelen, zowel individueel als de hele groep.
“Bij de SKA heb ik een doelgroep die het schaatsen leert vanuit plezier en passie, terwijl ik vanuit de topsport ook andere waarden meeneem: daar draait het om presteren. In de opleiding heb ik geleerd dat te combineren. Het plezier staat voorop, maar we willen kinderen ook wel klaarstomen om een overstap te maken naar een club, waar ze zich als schaatser verder gaan ontwikkelen.
“Ik heb het meest gehad aan de didactische en pedagogische onderdelen van de opleiding. Wat de techniek betreft, heb ik in de loop der jaren aardig wat kennis opgebouwd. Maar hoe breng je dat over? Hoe motiveer je kinderen om ze met plezier de sport te laten beoefenen? Op dat vlak heb ik in de opleiding veel opgestoken.
“Voorlopig blijf ik lekker lesgeven bij SKA. Ik denk er wel sterk aan om in de toekomst door te gaan en een TC3-opleiding te volgen, een niveautje er bovenop te pakken. Het zou mij ontzettend leuk lijken om na mijn eigen actieve skeelerloopbaan als (assistent-)trainer met wat oudere jeugd te gaan werken, bijvoorbeeld in het Gewest Fryslân met jonge rijders die tegen de topsport aan zitten. Mijn hart ligt bij het skeeleren, maar dat kan ook in het schaatsen zijn, of een combinatie van die twee disciplines.”
***