Herman de Haan blikt terug op acht jaar KNSB

Woensdag 24 juni 2026

Door zijn aanstelling bij de ISU heeft Herman de Haan afscheid genomen als directeur-bestuurder bij de KNSB. Voor hij zich stort op zijn nieuwe taak bij de integriteitunit van de internationale schaatsunie, blikt hij terug op zijn tijd bij de nationale bond; van betrokken vrijwilligers tot telefoontjes met de minister en zijn bewondering voor het kunstschaatsen.

Herman de Haan

De rol als directeur-bestuurder was zeer divers.

Zodra Herman de Haan aanschuift om te praten over de afgelopen acht jaar, steekt hij al snel enthousiast van wal. Verhalen over alle disciplines komen voorbij, vaak met enige trots. Niet op zijn eigen aandeel - De Haan was een directeur-bestuurder die zijn rol liefst op de achtergrond vervulde - maar op zijn medewerkers, op de sporters en op de vele enthousiastelingen in het land die allen hun bijdragen leveren aan de verschillende takken van sport die de KNSB onder zijn hoede heeft. Hoewel de Zuid-Hollander achttien olympische titels van dichtbij meemaakte, heeft hij net zoveel genoten van het enthousiasme op de (natuur)ijsbanen.

Zo begint hij over een kunstschaatswedstrijd in Groningen, het Peerd van Ome Loeks. “Ik keek in een vrij koude hal naar allemaal jongens en meiden die een kür aan het schaatsen waren. Naast me zat een meneer die steeds de cd’tjes wisselde, met een lijstje en zijn bril binnen handbereik. Ik vroeg of hij het vaker deed. ‘Ja, ik doe dit ieder weekend’, antwoordde hij. ‘Al 35 jaar lang.’ Dat vind ik bijzonder, hoe vrijwilligers zich inzetten. Die mensen kom je op allerlei plekken tegen. Ik heb veel van dit soort anekdotes.”

Herman de Haan

Foto: Hanneke Mennens. Van de lokale vrijwilligers tot de ambassadeur van Italië (enkele weken geleden, toen Francesca Lollobrigida op bezoek kwam).

De veelzijdigheid heeft de job van directeur-bestuurder even mooi als uitdagend gemaakt. Zeker toen De Haan in 2018 aantrad. Hij was de achtste directeur in tien jaar tijd en kreeg de opdracht rust te brengen in de tent. Getuige zijn dienstperiode van acht jaar is hij meer dan geslaagd in die missie. Al schuift hij graag die eer af. “Vlak voordat ik kwam had de KNSB de keuze gemaakt om een raad van toezicht te introduceren met een ledenraad, in plaats van een gekozen bestuur. Men vond het spannend, maar door verbinding en transparantie liep het vanzelf heel goed.”

Langzaam kwamen de neuzen van alle stakeholders weer dezelfde kant op. Een nieuwe meerjarenkoers gaf bovendien richting. “Daarin lagen twee dingen voor de hand. Allereerst het streven om de sport aantrekkelijk te maken om te beoefenen. De KNSB is een vereniging die wil dat alle leden met plezier komen schaatsen of skaten. Daarnaast moet er op het hoogste niveau gepresteerd worden. Ons derde doel was voor de buitenwereld minder vanzelfsprekend; de strategisch belangrijke keuze om ijsbanen te verduurzamen.”

“‘Goh, als jullie daar tijd voor hebben, is al het andere waarschijnlijk al opgelost’, kregen we als reactie. Maar klimaatverandering en natuurijs zijn geen fijne combinatie. Daarom wordt schaatsen steeds meer een sport die op kunstijsbanen beoefend wordt. Met 22 stuks hebben we er veel, alleen een aantal is vrij oud en niet erg duurzaam. Destijds hadden we als bond daar geen visie op. We hebben er daarom een ontwikkeld en doelen aangehangen, waaruit uiteindelijk Team Duurzaam IJs is voortgekomen."

Duurzaamheid was in De Haans eerste olympische cyclus niet de grootste zorg. Een virus uit Azië legde de hele (sport)wereld plat. “De coronatijd was heel uitdagend. Het ene weekend organiseerden we een World Cup Finale in Thialf en de week erna ging het hele land in lockdown. Maar wij kregen er ook energie van. Al snel zijn we gaan zitten en hebben we gekeken naar wat wel kon, ook met NOC*NSF. We hebben gezocht naar alternatieve formats: hoe organiseer je een tien kilometer zonder dat schaatsers binnen anderhalve meter komen op de kruising? Of kun je marathonschaatsers verspreid over het land laten rijden en ze virtueel bij elkaar brengen? Over dat soort dingen spraken we.”

Daikin NK Allround: alle coronatests negatief

Iedereen was dolblij dat er geschaatst mocht worden, maar de tribunes bleven akelig leeg.

“Uiteindelijk heeft dat geleid tot de bubbel”, vervolgt De Haan, waarbij hij doelt op de coronabubbel waarin (internationale) langebaanwedstrijden georganiseerd konden worden. “Volgens mij een uniek concept in de wereld, dat de sport levend heeft gehouden. En Nederland ook. Ik herinner me nog dat ik destijds met de minister sprak en zei: kan het alsjeblieft doorgaan, want de mensen kunnen beter thuis voor de tv zitten dan in de Koopgoot in Rotterdam lopen. Daar waren de overheden het mee eens. We hebben in die periode veel kunnen doen, zoals een WK Shorttrack in Dordrecht. Het hele stadion was een tv-studio, omdat er geen publiek bij mocht zijn. Dat was heel speciaal. Het enige wat ik nog steeds jammer vind is dat het marathonschaatsen niet door kon gaan.”

De zomer van 2020 vormt een zwarte bladzijde voor De Haan. Na een kort ziektebed overleed shorttracker Lara van Ruijven op 27-jarige leeftijd. “Het telefoontje dat ze ziek was kan ik me nog goed herinneren. Het was een verschrikkelijke periode. Binnen twee weken overleed ze. Zo’n jong iemand, een topsporter. Ze was het jaar ervoor de eerste vrouwelijke wereldkampioen 500 meter namens Nederland geworden. Ik heb nog een foto op mijn telefoon staan van het interview dat ze na afloop gaf bij de NOS… Als KNSB hebben we toen in overleg met het team besloten in gesprek te gaan met de NOS. Rianne de Vries, Yara van Kerkhof, Suzanne Schulting en Sjinkie Knegt wilden hun verhaal delen. Dat was heel beladen en ingrijpend. Mooi hoe ze nog het panterhartje met zich meedragen.”

Panterhart

Het panterhart kwam ook op het olympisch pak van 2022.

In de loop der jaren raakte De Haan steeds meer verknocht aan de verschillende disciplines. Op het kunstschaatsen werd hij zelfs een beetje verliefd. “Dat is echt een sport die je in het stadion moet beleven. Ik heb op de Spelen van 2022 de vrije kür van de mannen gezien, dat was fenomenaal. Of vorig jaar in Boston: de Amerikaan Ilia Malinin zette zo’n knappe prestatie neer. Het klopte helemaal qua atletisch vermogen. Kunstschaatsen is een combinatie van atletisch vermogen, creativiteit, muziek. Heel bijzonder. In Nederland krijgt de sport veel minder aandacht. We hebben met Sjoukje Dijkstra één olympisch kampioen gehad, toen ik nog een klein jongetje was.”

“De afgelopen jaren hebben we er bij de KNSB best veel energie ingestoken en inmiddels doen we weer mee op internationaal niveau. Misschien nog niet om de prijzen, maar Michel en Daria (Michel Tsiba en Daria Danilova, red.) hebben het goed gedaan, net als Lindsay (van Zundert, red.) enkele jaren geleden. Er komen ook verschillende talenten aan. Helaas zitten de tribunes van een Challenge Cup in Tilburg nog niet vol, het zou mooi zijn als de aandacht groeit. Met shorttrack hebben we als bond laten zien dat een sport in zekere zin maakbaar is. Vijftien jaar geleden zaten daar bij wijze van spreken alleen ouders op de tribune, nu verkopen we Ahoy drie dagen uit.”

Herman de Haan

Foto: Soenar Chamid. Tijdens het WK Shorttrack in een uitverkocht Ahoy, in het midden de koning, links de president van de ISU en rechts De Haan.

Ook afgelopen winter leefde Nederland massaal mee, tijdens de meest succesvolle Winterspelen ooit, met tien olympische schaatstitels. “Naar de 500 meter van Femke Kok hebben 5,5 miljoen mensen gekeken, dat geldt eveneens voor de 1000 van Jutta. Bij de gouden races van Jens van ’t Wout en Xandra Velzeboer zaten ook meer dan vier miljoen mensen voor de buis. Alleen Max Verstappen en het voetbal halen zulke cijfers. Schaatsen is dé wintersport van Nederland. Ik ben in mijn werk ook weinig mensen tegengekomen die er niet van houden.”

Een ding heeft De Haan niet meegemaakt. “Ik had wel directeur willen zijn ten tijde van een natuurijswinter vol toertochten. Ik heb veel verenigingen bezocht en dan vertelden mensen gloedvol over de toertochten van 2012. Ik vind het jammer dat er de laatste jaren geen sprake van is geweest. Ieder jaar kwam de sectie natuurijs naar het bondsbureau en liepen ze de draaiboeken door.” De kans lijkt klein dat zijn opvolger Jarno Meijer wel een Elfstedentocht zal meemaken. “Je weet het nooit. Als ik tijdens een vergadering van een gewest zei dat de kans klein was, stond er altijd wel iemand op die het ontkende en benadrukte dat er afgelopen winter nog geschaatst was. Een grote groep gelooft er nog steeds in. En er wordt druk geïnnoveerd, kijk maar naar de ijsbaan in Winterswijk. Een schoolvoorbeeld hoe je een natuurijsbaan neerlegt.”

Herman de Haan

Foto: Neeke Smit. De Haan had graag het startschot gegeven voor een toertocht.

Naast de verduurzaming liggen er voor zijn opvolger Jarno Meijer meer uitdagingen te wachten, zoals het financiële vraagstuk. “Iedereen denkt dat het geld na de Spelen binnenstroomt, maar het tegendeel is waar”, aldus De Haan. “De bond draait voor een belangrijk deel op sponsorinkomsten en media. Die contracten waren na Milaan afgelopen. Helaas staan de sponsoren niet in de rij, maar dat zijn we gewend. In 2018 en 2022 was dat niet anders. Dat is jammer. Helaas is het ook niet zo dat er vanuit de overheid grote budgetten zijn om het sporten in Nederland te stimuleren, terwijl iedereen de mond vol heeft van bewegen. Als bond moet je je eigen broek ophouden, maar de zichtbaarheid van topsport is cruciaal om kinderen te laten bewegen.”

Ook van hogerop zocht De Haan de samenwerking, met de internationale schaatsunie. “Hoewel er een Nederlandse voorzitter zat, Jan Dijkema, hadden we weinig connectie met de ISU. Daar zijn we in gaan investeren, omdat we een van de belangrijkste schaatslanden ter wereld zijn, op langebaangebied zelfs het grootste. We hebben meegedacht over de ontwikkeling van de sport en hoe we het aantrekkelijker kunnen maken. Met andere grote spelers trekken we daarin op. Langzaam zagen we dat het steeds meer gewaardeerd werd en inmiddels spelen we een rol die ons past.”

Dit gehoord hebbende is het niet vreemd dat De Haan een functie krijgt bij de ISU, in de nieuw op te zetten integriteitsunit. Van een veilig sportklimaat tot het anti-dopingbeleid, geschillen, opleidingen en verduurzamingen; een breed palet aan onderwerpen zal onder de paraplu van de integriteitsunit vallen. “De komende tijd zullen we bepalen hoe we het precies zullen invullen.”

En hoe komt zijn leven er verder uit te zien? “Ik zal het schaatsen blijven volgen, vanaf de bank of in het stadion als toeschouwer. Daarnaast heb ik een aantal nevenfuncties. Zo ben ik voorzitter van de raad van toezicht van de plaatselijke bibliotheek en van de Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties, en kom ik als het goed is in de raad van toezicht van een scholengemeenschap in de buurt. En natuurlijk wat meer tijd besteden aan mijn familie. In een zwart gat zal ik niet vallen.”