Inline-skaten Kunstrijden Langebaan / kortebaan Marathon Schoonrijden Shorttrack Schaatsen op natuurijs
‹ terug

Praktische informatie deelnemers

Deelname en inschrijving

Het schoonrijden kent drie categorieën: de C-categorie voor beginners en de B- en A-categorie voor de meer gevorderden, waarbij de laatste groep de belangrijkste is. Een rijder of rijdster kan naar de A-categorie promoveren door twee keer een wedstrijd in de B-groep te winnen of door zestien punten en één wedstrijdzege te behalen.

De wedstrijden vinden plaats op twee rechte banen van elk 100 meter, tegen elkaar aangelegd en gescheiden door een sneeuwrand of blokjes. De banen dienen tenminste 10 meter breed te zijn, waar mogelijk 12 meter. Aan het einde is er een keerpunt met een straal gelijk aan de baanbreedte. De baan -de ene heen en de ander terug- wordt door de rijders zodanig afgelegd dat zij als regel voor de wind beginnen. Op de kunstijsbaan is voor een dubbele baan geen mogelijkheid. Men rijdt daar dezelfde baan heen en terug.

Techniek

Schoonrijden lijkt op het eerste gezicht gemakkelijker dan het is. Het afzetbeen dient rechtstreeks en soepel bij het rijdende been te worden gehaald en daarmede evenwijdig te worden gehouden, ongeveer een neuslengte van de schoen voor de schoen van het rijdende been. Nadat men de schaats recht op het ijs heeft gezet, gaat men voorwaarts, buitenwaarts -dus op de buitenkant van de schaats- met een lang gestrekte boog. Even na het midden van de streek komt men met de schaats rechtop en gaat men binnenwaarts over. Dit heet de “kantwisseling”. Men komt dan met de rijdende schaats tot de afzet, die dan de inzet is voor de volgende streek. De streken dienen gelijkwaardig te zijn.

Het front van het lichaam dient de gehele rit in de richting van de baan te worden gehouden, met andere woorden, de lijn van de schouders haaks op de baan. De houding is van belang voor de wijze waarop de jury de rijder ziet. De lichte kniebuiging die men bij het begin van de streek maakt, dient geleidelijk en soepel te zijn. Na ongeveer eenderde van de streek dient de kniebuiging ongedaan gemaakt te zijn en dient ook het vrije been bijgetrokken te zijn. De armen dienen ongedwongen langs het lichaam gehouden te worden. Het hoofd maakt, zowel van voren als van opzij, één lijn met het lichaam. Daarnaast helt het lichaam als het ware met de schaats van het rijbeen mee.

Heb je gevonden wat je zocht?